De voorspellingen zijn bijzonder goed. Lowlands 2012 belooft de warmste editie ooit te worden. De organisatie anticipeert: flesjes mogen het terrein op, er wordt een groot waterpistoolgevecht georganiseerd en sommige tenten hebben airco.
Dat is helaas niet het geval in de Alpha, waar Go Back To The Zoo het festival mag openen. De band heeft de afgelopen tijd elk festival zo'n drie keer aangedaan en we kennen het trucje onderhand wel, Hele leuke radiosingles, maar live komt het allemaal maar nauwelijks uit de verf vanwege de toch ietwat tegenvallende livestem van zanger Cas Hieltjes.
Wie na al die jaren nog steeds geen last heeft van zijn stem is Dennis Lyxzén, zanger van de hardcore punkbank Refused. Begin dit jaar maakte de band bekend, na jaren van ontkenning, dan toch weer een reünietoer te gaan doen. Dat was geen slecht plan. De heren rocken nog even hard als vijftien jaar geleden. De Grolschtent staat tot een licht tegenvallend niveau gevuld, maar zij die aanwezig zijn, zijn getuige van een fijn staaltje pure punk uit de oude dagen.
Wie een uurtje later diezelfde tent binnenwandelt, komt in een totaal andere wereld terecht. Het gitaargeweld van Refused is vervangen door de subtiele klanken van Patrick Watson. We zagen de band vorige week nog op Haldern Pop, maar krijgen vandaag iets totaal anders te zien. Hoewel de set uit grofweg dezelfde nummers bestaat, is de band veel meer aan het experimenteren geslagen. Over het algemeen gaat dat goed. Nummers wordt er nog wat spannender van en het zorgt voor wat fijne nieuwe inzichten in de muziek. Soms komt het echter allemaal nog wat chaotisch over. Halverwege de set besluit de band opeens de setlist om te gooien en omdat de normale setafsluiter al is gespeeld, worden er nog willekeurig wat nummers achteraan gegooid. Dat valt echter in het niet bij de kwaliteit van de liedjes. Patrick Watson verrast nog altijd en laat de toevallige passant versteld staan van zijn muzikale experimentaliteit, terwijl er ook voor de verstokte fan genoeg nieuws te zien is.
Na de moeilijke symfonieën van Watson en band, zoeken we naar iets wat makkelijker in het gehoor ligt. Het wordt gevonden bij Me First And The Gimme Gimmes in de Alpha. Dat is helaas wel heel makkelijk. De band speelt rockcovers van popklassiekers en haalt, hoewel dat best grappig is, elke keer hetzelfde grapje uit. Gitaargeweld gevoerd door een rammende snelle drum en wat geschreeuw. Na drie nummers heb je het eigenlijk wel gezien.
Afsluiter van de avond is Nicolas Jaar. De 22-jarige New Yorker staat ditmaal met liveband (een gitarist en een saxofonist) op het podium en bedient zich van dromerige minimal techhouse die het enorm moet hebben van de opbouw. En dat is iets waar Jaar en zijn band magistraal goed in zijn. Hij weet enorm te teaden, je net iets te lang te laten wachten, en dan tot een geweldig hoogtepunt te komen. Voor de echte technoliefhebbers die graag naar Chris Liebing luisteren is Jaar ongetwijfeld te soft en de hoogtepunten te spaarzaam, maar iemand die op zoek is naar iets subtielers komt zeker aan zijn trekken bij de New Yorker. Jammer is dan ook dat hij deze subtiliteit aan de kant zet tijdens het laatste halfuur van de set. Er worden opeens remixjes gedraaid door Jaar, zonder band. Hoewel hierbij wel de grootste hits voorbij komen en de tent dat helemaal niet erg vindt, is het wel een flinke inbreuk op de subtiliteit van het eerste uur. Dat was nergens voor nodig geweest.